Kennisbank · Merken & OEM
Renault 1.5 dCi en Ford 1.0 EcoBoost — twee typische zwakke punten
Twee kleine, veelverkochte motoren die u overal tegenkomt — en die op heel verschillende punten om aandacht vragen. Wie weet waar hij bij zijn motor op moet letten, voorkomt het merendeel van de dure verrassingen.
Renault 1.5 dCi: injectoren, turbo en oliekwaliteit
De 1.5 dCi is een van de meest gebouwde dieselmotoren in Europa; hij ligt in veel Renaults en Dacia's. Sterk punt is zijn zuinigheid, aandachtspunten liggen vooral hier:
- Injectoren. Bij hogere kilometerstanden gaan ze minder nauwkeurig verstuiven. Signalen: onrustig stationair, moeilijk starten bij koude motor, rook en een motor die „ratelt" bij lage toeren. Bij vervanging horen de injectorcodes in de regeleenheid te worden ingevoerd — anders loopt de motor niet zoals hij hoort.
- Turbo en olievoorziening. De turbo is afhankelijk van schone olie via een dunne toevoerleiding. Verlengde olie-intervallen en veel korte ritten laten die vervuilen; het gevolg is turboschade die zich vooraf aankondigt met fluiten, olieverbruik of blauwe rook.
- EGR en roetfilter zoals bij vrijwel elke moderne diesel: veel stadsritten belasten beide.
De rode draad bij deze motor is olie: op specificatie, op tijd, en liever wat vaker als de auto vooral korte stukken rijdt.
Ford 1.0 EcoBoost: koeling en distributie
De 1.0 EcoBoost is een compacte driecilinder met turbo die verrassend veel vermogen levert voor zijn inhoud. Twee punten verdienen aandacht:
- Het koelsysteem. Bij een deel van de uitvoeringen zijn er in het verleden problemen geweest met onderdelen van het koelcircuit. Het risico bij deze compacte, hard werkende motor is dat oververhitting snel tot ernstige schade leidt. Neem de temperatuurmeter dus serieus: bij een rode temperatuurlamp direct stoppen, niet „nog even doorrijden". Verdwijnt er koelvloeistof zonder plas onder de auto, lees dan koelvloeistof verdwijnt zonder zichtbaar lek.
- De distributieriem. Een deel van de uitvoeringen heeft een riem die in de motorolie loopt, met dezelfde aandachtspunten als bij de PureTech: oliekwaliteit, interval en het risico dat losgekomen materiaal de oliepompzeef verstopt. Zie distributieriem in olie voor de volledige uitleg van dat principe. Welke uitvoering u heeft, hangt af van bouwjaar en variant — dat controleren wij op kenteken.
Wat beide motoren gemeen hebben
Het zijn kleine motoren die hard werken: turbodruk, hoge specifieke belasting en weinig materiaal om warmte in kwijt te kunnen. Daardoor is onderhoud op tijd hier zwaarder wegend dan bij een grote, laagbelaste motor. Uitgesteld onderhoud kost bij dit type motoren sneller een onderdeel dan bij een oudere, eenvoudiger constructie.
Praktische adviezen
- Controleer het oliepeil maandelijks en vóór een lange rit.
- Gebruik olie van de juiste specificatie; „ongeveer goed" bestaat hier niet.
- Laat de motor na een stevige rit even stationair draaien voordat u hem afzet — dat scheelt bij een turbo.
- Neem koelvloeistofverlies en temperatuurschommelingen serieus, zeker bij de EcoBoost.
- Rijd regelmatig een langere rit als u vooral korte stukken doet.
Wat wij doen
Wij lezen de motorregeleenheid uit, beoordelen de olie en het koelsysteem en meten waar de waarden dat vragen: laaddruk, brandstofcorrecties, injectorcorrecties. Bij een aankoop of een auto met onbekende historie kijken wij gericht naar de punten die bij het specifieke motortype horen — dat is het verschil tussen algemene controle en gerichte diagnose.
Wat hierna komt is geen diagnose meer maar reparatie: motor- en mechanicareparatie in Tilburg.
Onafhankelijke garage — geen officiële dealer. Merknamen en typeaanduidingen worden uitsluitend gebruikt om aan te geven voor welke voertuigen wij deze werkzaamheden uitvoeren.